
| Start | Informatie | Bestuur | Geschiedenis | Gemeentewapen | Activiteiten | Boeken | Boreftse Berichten | Projecten | Fotopagina | Links | Contact |
De
geschiedenis van Bodegraven gaat al bijna 20 eeuwen terug. In die tijd
was de Oude Rijn de noordgrens van het Romeinse Rijk. Langs de
noordgrens van dat rijk liep een verbindingsweg, grofweg gezegd vanaf
Nijmegen helemaal naar Katwijk Onderweg werd dus Bodegraven gepasseerd.
Waarschijnlijk lag op de plaats waar het veenriviertje de Oude
Bodegrave ligt een kleine nederzetting met een militair karakter. Hoe
het er precies uitzag weten we niet, want de bronnen erover zijn maar
heel schaars. En foto's hadden ze toen ook nog niet.
Met
het verval van het Romeinse Rijk verdwenen ook de nederzettingen. Het
gebied was immers moerassig en niet voor bewoning geschikt. Deze
bewoning ontstond pas rond het jaar 1050, toen er een kleine
woongemeenschap ontstond, waarschijnlijk rond de huidige Dorpskerk.
Deze woonplaats kwam uiteindelijk te horen bij het graafschap Holland.
Maar dat gebeurde overigens pas na twee eeuwen schermutselingen tussen
de bisschop van Utrecht en de graven van Holland. Maar uiteindelijk
werd het pleit beslist door een rechterlijke uitspraak in 1257, waarbij
de nederzetting aan Holland werd toebedeeld.
De
ontginningen van het groene hart van Holland in de late middeleeuwen
hebben ook bijgedragen aan het voortbestaan van het dorp. Deze
gebeurden vanaf de hoger gelegen rivieroevers zoals de Oude Rijn, de
Meije en de Oude Bodegrave. Loodrecht op deze rivieren werden
kavelsloten gegraven, en zo'n 1250 meter uit de rivier werd een
achtersloot gegraven. In deze tijd is de typische verkavelingsvorm van
midden Holland ontstaan. Toen er ook nog eens een sluis werd gebouwd
halverwege de 14e eeuw, was het dorp Bodegraven voorgoed op de
landkaart ingetekend.
Maar
laten we niet te hard juichen. Want in 1672 had het niet zoveel
gescheeld of het hele dorp was uitgeroeid geworden. Het was de tijd van
de Franse bezetting. En deze Fransen deden veel moeite om Holland te
veroveren. Utrecht en Woerden waren al in hun bezit, maar de Hollandse
Waterlinie, die tussen Bodegraven en Nieuwerbrug liep, die hield de
Fransen tegen.
Maar
wat doe je met een waterlinie in de winter? Het water bevroor door de
vorst, en de Fransen zagen zo hun kans schoon om Holland te veroveren.
Via de uitgestrekte geïnundeerde (maar op kerstavond door de
vorst
met een ijslaag bedekte) polders ten noorden van Bodegraven trokken ze
over het ijs naar de Meije en verder naar Zwammerdam. Het was bijna het
einde van Holland, maar de troepen van de prins konden tussen Alphen
aan den Rijn en Zwammerdam de Fransen gelukkig tegenhouden en
terugjagen. Het was inmiddels gaan dooien, en het ijs in de polder was
weer water
en dus waterlinie geworden. Dan maar in de vlucht terugtrekken via de
dijk langs de Oude Rijn. Dat daar nou toevallig een dorp lag met de
naam Bodegraven, dat deerden de Fransen niets, zo'n dorp werd gelijk
even met de grond gelijk gemaakt (brand, moord, plundering). Wat er nog
over was van de gevluchte bevolking kon de volgende jaren eigenlijk
helemaal opnieuw beginnen met de opbouw van het dorp. Kort na deze ramp
werd ten oosten van Bodegraven de Wiericker Schans gebouwd, mede door
de helpende hand van de Prins van Oranje.
Het
leek goed te gaan met Bodegraven. Het dorp groeide en er werden allengs
meer huizen gebouwd. Ook bakkerijen. Zo'n bakkerij werd het dorp in
1870 bijna weer fataal. Het vuur uit de oven van de bakkerij aan de
Overtocht (toen nog gemeente Zwammerdam, maar vastgebouwd aan
Bodegraven) leek uit te zijn, de bakker kon met een gerust hart zijn
versgebakken brood gaan rondbrengen. Dat dacht hij tenminste. Maar toen
er alarm werd geslagen, toen was er al sprake van een felle uitslaande
brand. En met de brandweerspuiten van 130 jaar geleden was het moeilijk
om een felle brand te blussen.
Dat bleek ook wel, want de brand sloeg over naar de buren en naar de
buren van de buren, en ook via een vonkenregen naar de andere kant van
de Oude Rijn, en weer verder en verder. Toen de paniek achter de rug
was en de branden geblust, toen bleken er 130 gezinnen dakloos te zijn
geworden. Meer dan 100 huizen waren afgebrand. Ook het gemeentehuis met
daarin het archief. Hulpvaardig Nederland gaf gelukkig met gulle hand,
maar in Bodegraven wordt nog steeds van de ramp van 1870 gesproken.
In de loop van de 20e eeuw ging Bodegraven steeds verder uitbreiden. Rond de eeuwwisseling tussen de Rijn en de spoorlijn die inmiddels aan de zuidkant het dorp passeerde. Tussen de twee wereldoorlogen werd Bodegraven aan de noordkant bebouwd, en vanaf halverwege de jaren '50 werd de strook tussen de spoorlijn en de autosnelweg A12 volgebouwd.